Elk afscheid is de geboorte van een herinnering
Julien Vanderbeuken werd in Rutten geboren. Zijn vader was een boerenhulp en zijn moeder was de vroedvrouw van de buurt. Toen zijn ouderhuis afbrandde was hij nog maar een kind, alles ging op in de vlammen. Hij, zijn ouders, zijn broer en zijn zus waren aangewezen op de hulp van de buurtbewoners. Samen bouwden ze een nieuw huis, hun thuis. Toen brak de grote oorlog uit. Koude, honger en ontbering scherpten zijn overlevingsdrang en zijn hunkeren naar vrede en vrijheid. Hij mocht in Luik zijn stiel gaan leren, zijn vakmanschap. Hij was een schoenmaker in hart en ziel. Als rasechte Ruttenaar hield hij van kermis en de Evermarusfeesten. Daar kwam hij zijn grote liefde tegen en het was dadelijk prijs. Germaine werd de moeder van zijn kinderen. Het jonge gezinnetje verhuisde naar buurgemeente Diets-Heur en verbouwde de Heurstraat 37 tot hun gezinswoning. Eenvoud, fierheid, gezelligheid, hard werken voor de opleiding en de opvoeding van de kinderen, zwoegen en gastvrijheid waren de vlaggen van thuis.
Onze papa zong: als moeder zong was heel het huis in vreugde, het liedje van de zwarte man, ik ben ne jong goed opgetrokken en ik zie zo geerne mijn duivekot waren zijn steeds terugkerende slagers. Als hij op zijn werkes aan het kloppen was en oude en nieuwe schoenen toverde uit leer, dan zong hij uit volle borst. De harde slagen uit het leven hadden hem geleerd om te genieten van elk zalig moment dat het leven schenkt. Het aantal kinderen werd verdubbeld en toen was het nageslacht verzekerd.
In mei 1984 werd zijn nieuwe oorlog gelanceerd: Germaine was ongeneeslijk ziek. Een mokerslag. Operaties, revalidatie en ingewikkelde ingrepen volgden elkaar op. Iedere strohalm bleek keer op keer maar tijdelijk. Na 18 maanden ongelijke strijd moest hij zijn vrouw begraven. Hij was er kapot van, jarenlang.
Bij Sylvie vond hij begrip, troost, aandacht en verzorging voor zijn gekwelde ziel. Zij verzachte de sporen der jaren, na een leven van werken en plicht. Daarom hebben wij eerbied voor haar grijze haren. Zij stierf net een maand voor hem, ook dit emotioneel leed werd hem niet bespaard. Doodziek en gebroken ging hij haar de laatste groet brengen. Hij was een plichtsbewust en volhardend man.
Ouderdom heeft zijn voordelen en zijn nadelen. Je ziet veel mensen komen en je ziet veel mensen gaan. Het lichaam eist zijn tol der jaren, maar de heldere geest, voor wie het gegeven is, verruimt zijn horizon aan de herinnering en de ervaring. Zo'n man was onze papa. Een doodgewone man met zijn goede en zijn kwade kanten, met zijn goede en kwade dagen. Een volkse man die hield van intimiteit en gezelligheid, uitbundigheid en ingetogenheid, gastvrijheid en zorg, helpen en geholpen worden. Een familiepapa die zorgde en vocht voor zijn nageslacht. Een fiere man die hield van eer en deugd, maar ook, na enig aarzelen, van compromis en vergevingsgezindheid.
Als je toch over mij spreekt, zei hij, dank dan iedereen die zo goed voor mij gezorgd heeft en vraag vergiffenis voor de keren dat ik hun pijn heb gedaan.
Herinner u de eenvoudige woorden van een eenvoudig man:
Julien Vanderbeuken,
Onze papa
Toon, 28/05/10
Onze papa is gestorven,
Gedenk hem als een doodgewoon man, een deel van het volk, die hield van de volksbuurt, het volksvermaak, de sociale en gastvrije gebeurtenissen in de parochie.
De schoenmaker die creatief was met zijn leest, een tovenaar met zijn handen, een werkleider die continu bij zijn Ambiorix zelf de handen uit de mouwen stak.
Haantje de voorste bij feestjes en volkssporten.
Die sport beleefde hij op vele manieren: hevige voetballer zowel jong als oud, zorg en toewijding voor honden en katten, haantjes zingen voor de gezelligheid en in de duivensport genoot hij van de wijdheid, de vrijheid, het hoge onbereikbare, de blauwe lucht.
Hij was streng voor en fier op zijn nageslacht, Julien was een familieman.
Zijn koppigheid noemde volharding en zijn eerbied voor een gegeven woord kreeg hij mee van zijn ouders.
Pijn wou hij verbijten, hij kon niet opgeven, hij was een strijder, forfait was hem vreemd. Een lange, slepende en pijnlijke ziekte werd zijn laatste deelgenoot.
In zijn laatste week gaf hij nog een boodschap mee: "Ik ben ver weggeweest, maar ik ben nog even terug gekomen om jullie te vertellen hoe mooi ik het daar vond, mijn blauwe, het wijdse…"
Dank aan allen die hem dierbaar waren en nu een steun betekenen voor zijn familie en nabestaanden.